Verkiezingsposter winactie loopt uit de hand

Tja, daar sta je dan met je goede gedrag. Met je winactie. De bedoeling was dat als je de Mack Dime verkiezingsposter achter je raam hangt en er een foto van maakt je een gratis e-boek krijgt wanneer het eerste boek over Mack Dime af is… Dan verwacht je niet dat er een paar grappenmakers de posters op de borden plakken!

Dus… Dan denk je niet dat je op internet ineens leest over de posters.

Hieronder het citaat:

Winactie boek loopt uit de hand

Posters (Foto: Gerardus de Bond)
1 / 3
zoom out
AMSTELVEEN – De winactie van de schrijver Hans Breuker van het boek Mack Dime is uit de hand gelopen. Tientallen posters zijn geplakt in Amstelveen en Aalsmeer en andere delen van het land.

Een gratis e-boek is nooit weg, de ludieke actie om een verkiezingsposter achter je raam te hangen is leuk. Maar de posters op de borden te plakken gaat te ver. Bovendien is het boek nog helemaal niet te verkrijgen!Gemeenteraadslid Sylvia de Wit is niet blij met de actie en zegt te betreuren dat zo’n leuke actie door vandalen teniet wordt gedaan. De gemeente gaat patrouilleren rond de borden en heeft contact met de schrijver opgenomen.Dit artikel is voor het laatst aangepast op: 15 februari 2017

Dus voor de mensen die wel gewoon meedoen met de actie. Hier kan je de verkiezingsposter downloaden.

O en schrijf je even in om op de hoogte te blijven. Rechtsboven kun je je naam en e-mail invullen.

Blauwe Ruit

Wat er ook gebeurt. Ik ga niet huilen.

Azim loopt zo snel als hij kan door zijn buurt. Hij kan ook niet meer rennen want zijn benen zijn verzuurd en zijn longen doen pijn. Als hij inademt hoort hij een piepend geluid. Alles lijkt zo normaal. Zijn loopje. De vierkante stoepstenen. En als hij naar zijn spiegelbeeld kijkt in de ramen die hij passeert, ziet hij gewoon diezelfde gozer. Alsof er niks aan de hand is. Ja ok… behalve de peuk dan. Hij is al zes maanden gestopt. Of gepauzeerd zoals Salib zou zeggen. Salibs pauzes besloegen maximaal uren, die van Azim eerst weken, nu verlengd tot maanden.In zijn buik dendert de achtbaan van zenuwen nog een rondje. Een gevoel van lichte kneuzingen in zijn binnenste. Alles kan nu elk moment voorbij zijn.

“Fucking irritant dat je zo vaak moet pissen van die coke”, denkt hij. In de Piet Heinlaan verderop kan hij pas. Domme straatnamen ook. Rovende, verkrachtende massamoordenaars vereerd door de Nederlanders. En wij lopen er maar langs, erdoorheen. Dag in dag uit. Man, we wonen zelfs in zo’n straat. Azim Aouali, J.P. Coenstraat 4 hoog. Niet dat ik geen respect heb voor die mannen. Ze deden wat ze moesten doen, of beter, wat ze mochten doen. Wet van de sterkste toch? Maar wel allemaal in opdracht van keurige heren die ‘s avonds hun dochters met blonde pijpenkrullen in bed een kusje gaven nadat ze even daarvoor opdracht hadden gegeven om een heel eiland in Indonesië uit te roeien. Helden… My ass. ‘Als de Nederlanders die zeerovers zo vereren dan is er over 100 jaar misschien wel het Azim Alaoui plein’, denkt hij terwijl hij onder een balkon pist. Zijn benen ver uit elkaar zodat zijn eigen pis zijn schoenen niet raken door een anti-wildplasglijbaan. Zijn wapen heeft hij even verplaatst naar zijn rechterjaszak. Het glimmende chroom van de kolf steekt een heel stuk uit. Onhandig kloteding. Rook kringelt pijnlijk in zijn ogen. Hij trekt een grimas en verplaatst met zijn lippen de peuk tot in zijn mondhoek, zijn hoofd licht naar rechts gebogen om de weg naar boven vrij te maken voor de rook. Ondanks de pijn in zijn ogen neemt hij nog een flinke haal en blaast weer uit door zijn neus. De coke heeft zijn neus gevoelloos gemaakt. Hij knoopt zijn broek dicht, maakt zijn gespriem vast en stopt zijn wapen tussen zijn broek en zijn onderbroek. Hij voelt de mond van de Glock tegen z’n pik tikken als hij wegloopt en zijn jas over het wapen trekt.

Hij loopt door naar de overkant van de brug. Na 12 uur ’s avonds zie je alleen nog maar taxi’s op straat. Her en der een sukkel die z’n hond uitlaat. Zelfs hier, midden in Amsterdam, is het saai ’s avonds. Hij loopt een bloemenperkje door. Hollandse tulpen m’n reet, de tulp komt gewoon uit Turkije. Ingepikt door de Hollanders. In deze bodem groeide niks, er was ook niks. Ja, hebzucht.

Hij zigzagt een groen hekje door en loopt een grote speeltuin in. Alles is van hout gemaakt. Heel mooi. Anders dan de stalen verroeste buizen waar hij en zijn vriendjes vroeger in hingen. Tevreden kijkt hij rond en is blij dat de buurt zo’n mooie speeltuin heeft. Hij kijkt nog eens om zich heen en kruipt dan een betonnen buis in waar normaal kinderen in kunnen kruipen. Voorzichtig want hij wil zijn kleren niet vies maken. Hij betrapt zich er zelf op en moet gniffelen om zijn ingesleten gedrag, alsof het nu nog wat uitmaakt. Hij gaat gebukt in kleermakerszit zitten en voelt het koude zand zich schikken rond zijn billen. Zijn knieën raken het klamme beton. Uit zijn jaszak haalt hij een klein gevouwen envelopje. Een blauw pinguïnnetje siert de bovenkant. Hij haalt zijn sleutels uit zijn zak. In het licht van een lantaarnpaal ziet hij nog wat wit klam poeder in de gleuf van zijn huissleutel zitten. Hij steekt de sleutel in het opengevouwen envelopje. Behoedzaam schept hij wat wit poeder op de sleutel, zijn hand trilt zachtjes en gaat gebogen naar zijn gezicht. Hij voelt het koude metaal van de sleutel in zijn rechter neusgat. Met zijn linker wijsvinger drukt hij zijn linker neusgat dicht en hij inhaleert diep. Hij ruikt het metaal van de sleutel en proeft de bittere smaak van de coke achter in zijn keel. Stroperig glijdt de smaak naar beneden. Hij knippert hard met z’n ogen en schept nog een keer in het envelopje voor zijn andere neusgat. Zijn tong voelt de verdoving tussen zijn bovenlip en tanden. Zijn longen eisen nog een sigaret. Hij inhaleert diep, de combinatie van drugs en tabak is altijd lekker. Hij hoort zijn eigen ademhaling in de betonnen buis. Zijn wapen ligt voor zijn voeten in het zand. Eén keer gebruikt. Kutding. Hij strekt zijn rug schuin omhoog en steekt zijn linkerbeen naar voren om ruimte te maken om zijn iPhone uit z’n zak te halen. Het scherm is helemaal groen van de appjes en gemiste oproepen. Als hij Salibs naam ziet stopt hij snel de telefoon weer in zijn zak. De appjes halen hem terug in de realiteit, de achtbaan van adrenaline in zijn buik klimt omhoog en dendert weer naar beneden. Hij drukt de peuk uit op de grond, doet hem in z’n jaszak en haalt in een beweging het witte envelopje er weer uit. Nog een nakkie. Fuck it.

Zijn lichaam voelt koud en stijf als hij weer buiten de buis staat. Hij knakt zijn nek en veegt het zand van zijn kont. Heel bewust zet hij de eerste stap en begint te lopen. Lang geleden is hij er al eens geweest maar niet vrijwillig. Hij gaat rechtsaf langs de weg waar de winkels aan weerszijde zijn. Hij loopt langs de belwinkel waar hij en Salib altijd op internet zaten, meestal te msn’en. Soms keken ze porno want de eigenaar deed niet moeilijk. Hij zat in zijn glazen hokje waarschijnlijk hetzelfde te doen. Bovendien verkocht Salib telefoons aan hem die hij gejat had. We konden wel wat maken dus. Aan het einde van de straat op de hoek zit de coffeeshop waar twee jaar geleden zijn oom is doodgeschoten. De ramen zijn nog steeds dichtgetimmerd. Azim stond achter het politielint en zag een figuur onder een wit laken midden in de shop liggen. ‘Lekker einde’, had hij gedacht. Lig je dan. Tussen het gruis van de wiet, plukjes tabak en de afgescheurde papieren tipjes. Azim was wel eens binnen geweest met Salib. Hij als toerist, Salib als slijmbal. Het viel hem allemaal een beetje tegen. Toen ze klein waren, keken hij en zijn vrienden altijd heimelijk naar de shop. Super spannend was dat. ‘Coffeeshop De groene vrede’. Als kind snapte hij zo’n woordgrapje niet. Hij dacht altijd dat het iets heel moois was wat daar binnen allemaal gebeurde. De glamour was ver te zoeken.

Voor de deur zat Bumba altijd. Geen idee hoe hij echt heette, zo noemde zij hem altijd. Hij leek op het clowntje uit de gelijknamig kinderserie vonden ze. Door zijn onverstaanbare hoge stemmetje en enorme omvang. Toen ze jong waren probeerden ze altijd binnen te komen maar ondanks de lieve bijnaam smeet Bumba je gewoon een paar meter door de lucht. Of hij gaf je een flinke klap. Als hij je te pakken kreeg tenminste. Azim, Salib, Mo, Mo 2 en Sahid. Dan had je ook nog Omar, Nigel en Erkhan. We waren altijd op straat. Zelfs als het zo koud was als nu, we droegen gewoon twee broeken over elkaar. Nu voelt hij de kou niet.

Hij loopt zo dicht mogelijk langs de winkels en kijkt om zich heen. Nog een paar honderd meter en dan kan hij via het parkje lopen. Opeens hoort hij scooters. Hij rent, gebukt zo snel als hij kan, naar de straat en kruipt onder een auto. Met zijn hart zit in zijn keel trekt hij zijn wapen uit zijn broek. Veel te wild, het wapen schraapt tegen de onderkant van de auto aan. Hij knijpt zijn ogen dicht als hij schrikt van het geluid. Hij hoort de scooters voorbij rijden. Salibs stem. Wat hij zegt kan hij niet verstaan maar hij klinkt gehaast. Boos.

Het ruikt naar benzine en olie onder de auto. Hij houdt zijn ogen stijf dicht, nu pas voelt hij de pijn aan zijn knieën, hij ging te snel onder de auto liggen. De koude wind waait langs zijn geschaafde knieën zijn broek in naar boven. Hij moet door. Moeizaam komt hij onder de auto vandaan. Het metaal van zijn pistool schraapt over het asfalt. Hij blijft gehurkt zitten en kijkt om zich heen. Als hij geen auto’s of scooters ziet rent hij naar het parkje. Een aantal lantaarnpalen doen het niet. Hij voelt zich onzichtbaar als hij het parkje doorloopt. Er is niemand. Hij steekt zijn laatste sigaret op en gaat op een bankje zitten. Om de hoek steekt de blauwe ruit met witte letters uit het gebouw. Hij voelt zijn hart kloppen. Hij kijkt naar het envelopje. Het pinguïnnetje lacht naar hem. Hij voelt zijn tranen opkomen, prikkelend in zijn neus. Zijn sleutels rinkelen als hij ze uit z’n zak haalt. Na het laatste nakkie schudt hij het pakje leeg op de grond en veegt het weg met z’n schoen, het pakje gooit hij weg. Zijn knieën en benen zijn ijskoud. Hij voelt het opgedroogde bloed aan de zijkant van zijn been trekken als hij opstaat. Hij kijkt nog een keer om de hoek en loopt dan snel naar binnen.

De verveelde Nederlander achter de balie kijkt hem hooghartig aan. Eén wenkbrauw opgetrokken. Azim loopt tot aan de balie. Een vlaag van woede en walging gaat door hem heen. Hij kwakt zijn wapen op de balie om de agent te choqueren. Met een harde klap komt het chroom op het hout, het zand van de speeltuin verspreidt zich op de balie. De agent schrikt zich dood en grijpt direct naar zijn wapen. Azim houd zijn handen omhoog: ‘dit is niks voor mij man.’ Hij zegt het met een Amsterdams accent en het klinkt verrassend stoer. Maar de tranen rollen langs zijn ogen.

 

Bedankt voor het lezen!

Schrijven is iets vreemds voor mij. Ik vind het leuk als anderen iets van me lezen maar het is ook een van de weinige dingen waar ik doodsbenauwd voor ben. Dit verhaal kwam ineens. Geen idee waarvandaan. Het is geschreven voor een schrijfwedstrijd met als restrictie 1000 – 1700 woorden. Eens kijken of ik een kort verhaal kon schrijven. Dat blijft de vraag natuurlijk 🙂 Maar ik heb me wel vermaakt! Smaakt het naar meer? Laat het me weten op: www.hansbreuker.nl/schrijfsels

 

Copyright Hans Breuker 2016